top of page

De Evolutie van de Eiffeltoren #24 - Larry Cook, een ongenode gast?


Vier 5VWO-ers hebben mij om een vervolggesprek gevraagd. Elsje, Ard, Sonja en Beeldschoontje, die in werkelijkheid Audrey heet. Een mooie naam voor een beeldschoon meisje.


Ze zullen zo direct komen. Natuurlijk zal het gesprek weer over Evolutie gaan. Hoeveel procent waarschijnlijk, hoeveel procent onwaarschijnlijk.


Het is al jaren dat ik dit onderwerp behandel. Bij lezingen en tijdens huisbijeenkomsten. Voor scholieren - zoals nu deze 5VWO-ers - en voor studenten.


Ik word er soms echt wel moe van.


Plotseling komt iemand de zaal binnenrennen. Juist wanneer ik bezig ben met mijn lezing ‘Is het Eva- of Evo-lutie?’ voor een volle zaal met vooral jeugdig publiek.


‘Hersenspoeling! Indoctrinatie! Onschuldige kinderen met sprookjesverhalen misleiden!’


Wie is die ongenode gast?


Het is de wereldberoemde Amerikaanse bioloog Larry Cook, hoogleraar Evolutie aan de Brain University in Winnetou City, Indiana State.


Hij schreeuwt het uit: ‘Hoe durft u deze onzin te verkondigen? Geen enkele serieuze bioloog nog haalt het in zijn hoofd om de Evolutietheorie ter discussie te stellen. Evolutie is een vaststaand feit. Onbetwist! Bewijzen te over voor de overgang van de ene soort naar de andere. En voor de aanpassingen binnen de soort.’


Nog net voordat hij de zaal woedend verlaat, laat professor Larry Cook het jeugdige publiek weten, dat hij nu verbonden is aan het Wetenschappelijk Instituut De Kamper Ui.


‘Papa, ze zijn er!’


Het is mijn vrouw die mij wakker maakt…


Ik moet even bijkomen. Wat een droom! Ja, dat krijg je als je voortdurend en intens met een onderwerp bezig bent. Gelukkig, een kop koffie brengt mij weer in deze wereld terug. Klaar voor het gesprek met de vier 5VWO-ers.


Het is Sonja die het gesprek met een vraag begint: ‘U ondertekende een paar weken geleden een door u geschreven artikel met rabbijn ing. I. Vorst, brioloog. ‘Brioloog’, dat woord heb ik in de Dikke Van Dale niet kunnen vinden.’


Zij kijkt mij half vragend, half lachend aan. ‘Weer een van uw woordspelinkjes?’


Ik lach terug. ‘Klopt. Brioloog is inderdaad geen bestaand Nederlands woord. Dat wil zeggen niet tot nu toe. Maar van nu af aan dus wel…


5VWO kijkt mij niet begrijpend aan.


‘Het woord brioloog,’ leg ik uit, ‘is de door mij verzonnen combinatie van enerzijds het woord Berie’o/Brio dat Schepping betekent en anderzijds het woord bioloog. Samen dus Brioloog.’

‘Met de bedoeling, dat?’ vraagt Sonja.

‘Door biologie onbevooroordeeld te bestuderen kan je namelijk, volgens mij, tot de wetenschappelijk acceptabele conclusie komen van wat ik ‘Briologie’ noem. Het wetenschappelijk stevig onderbouwde inzicht dat de wereld/het leven door middel van Schepping=Berie’o tot stand is gekomen. Dus door een Boree-Schepper.’


En ik vertel over professor Larry Cook in mijn droom van daarstraks.

Ik zie Ard in een lach schieten. ‘Echt lariekoek die Larry Cook-droom van u. Maar ik vind het wel grappig dat u ook dromend grapjes maakt. Winnetou in Indiana State. Vlakbij de Village of Old Shatterhand…?’

‘Inderdaad,’ geef ik toe. ‘Klopt. Wat ik over professor Larry Cook droomde, is inderdaad lariekoek. En wat betref het maken van grapjes, daar zou die professor Larry Cook geen evolutionaire verklaring voor kunnen geven.

5VWO kijkt mij opnieuw niet begrijpend aan.

‘Wat ik jullie daarmee wil zeggen? Ik wil jullie duidelijk maken dat ook humor en het vermogen om te kunnen lachen een indicatie is dat het méér waarschijnlijk is dan onwaarschijnlijk, dat de mens niet zomaar een toevallig product van Ongerichte Evolutie is.’


Elsje, Sonja, Audrey knikkend instemmend. Ard aarzelt nog een beetje. Hij heeft nog wel een paar vraagjes.


Ook ik aarzel een beetje. Maar anders. Ik aarzel of ik aan zulke knappe koppen van 5VWO-niveau een brief kan laten lezen die ik eens voor kinderen schreef. Ik besluit het toch te doen.


‘Hier,’ en ik geef de 5VWO-ers een uitdraai van die brief. En zij lezen:

WELEENS EEN KOE ZIEN LACHEN?

Dag lieve kinderen!

Daar ben ik weer! Daar ben ik nog! En ik ben echt niet van plan om weg te gaan. Want ik voel me hier heel happy. Zeker sinds ik, het PoeriemVrouwtje, getrouwd ben. Met het ChanoekaMannetje, zoals je natuurlijk nog wel weet. Was je het vergeten? Nou, ik niet hoor! En hij ook niet! Gelukkig maar!


Natuurlijk ga ik jullie over Poeriem vertellen. Want Poeriem is míjn feest. Dat mag je niet uitvlakken. En omdat Poeriem míjn feest is, is het een fijn feest. Een feest waarop het mitswa(!) is, een voorschrift, een plicht, om: te lachen…!!!

Even een serieuze vraag: hebben jullie weleens een koe zien lachen? Of een hagedis? Hebben jullie ooit een olifant zien schuddebuiken, een slang zien schateren of een kabeljauw zien grinniken? Nee hè? Natuurlijk niet!

Want een dier kan niet lachen. Een dier kan laten merken dat hij vrolijk is. Dat wel. Door te knorren, te spinnen, te hinniken. Of door met z’n staart te kwispelen. Maar niet door te lachen. Want dat kan alléén een mens.

Ik wil jullie nog een serieuze vraag stellen: Weten jullie eigenlijk wel wat lachen eigenlijk is? Ja? Nee?


Ik heb het even, voor mijzelf en voor jullie, in het woordenboek opgezocht. Wat lachen is, stond er zo uitgelegd: ‘Door een vertrekking van de mondhoeken en de onderste delen van het aangezicht, al of niet vergezeld van een reeks hoorbare ademstoten, een gewaarwording van vrolijkheid of opgewektheid uitdrukken.’

Asjemenou! Ik heb nooit geweten dat lachen zoiets ingewikkelds is!

Weet je, als je over het lachen goed gaat nadenken, dan blijkt het nog véél ingewikkelder te zijn. Want je hebt verschillende soorten lach. Bij voorbeeld: je kunt gieren, grijnzen, grinniken, grimassen en glimlachen. Je kunt buikpijn van het lachen krijgen. Of tranen in je ogen. Je kunt giechelen en je kunt schateren. Ook is het mogelijk je een kriek te lachen. Of een aap!


Eigenlijk is lachen iets heel wonderlijks. Want wat gebeurt er? Eerst hoor je iets met je oren. Of je ziet iets met je ogen. Dat komt in je hersenen terecht. Daar begrijp je dat wat je gehoord of gezien hebt, iets grappigs is. Je hersenen geven nu, automatisch, opdrachten aan je mondhoeken en aan je longen en… je lacht.

Is het geen wonder?! Ab -so -luut!

Lachen is heerlijk. Lachen maakt blij. Lachen werkt bevrijdend. Je kunt het zo zeggen: een gespannen sfeer wordt door een lach ontladen. Een boze bui drijft over door een lach.


Vergelijk het maar met een miezerige, grijze, kille zomerdag. Je humeur staat op nul. Maar dan, plotseling, breekt de zon door en alles krijgt kleur: de bomen, de bloemen, de lucht en het gras. Je leeft op. Je kunt er weer tegen.

Bovendien: lachen is hartstikke gezond. Lachen ontspant en geeft energie. Lachen zorgt er voor – zo kan de dokter het je uitleggen - dat bepaalde hormonen vrijkomen die een gunstig effect hebben op het immuunsysteem.

Lachen is inderdaad zó iets wonderlijks, zó een ingewikkeld proces, zou dat vanzelf zijn ontstaan?

jullie PoeriemVrouwtje


5VWO lacht. Ard, Elsje, Sonja, Audrey grinniken, giechelen, glimlachen, schateren.


‘Toch even serieus nu,’ vraag ik hen. ‘Is het verschijnsel lachen ongericht-evolutionair verklaarbaar? Hoeveel % waarschijnlijk; hoeveel % onwaarschijnlijk?


‘U mag het zeggen!’ is hun lachende reactie. ‘Legt u de vraag maar voor aan de wereldberoemde bioloog Larry Cook, hoogleraar Evolutie aan de Brain University in Winnetou City, Indiana State.’ Mijn 5VWO-ers kijken mij schaterlachend aan.

Hun lach is een overtuigend antwoord op mijn net gestelde vraag!

bottom of page