top of page

De Evolutie van de Eiffeltoren #19 - De spin - Elsje bang voor spinnen?


Avond. Mijn vrouw en ik moeten op pastoraal bezoek. Dat hoort bij het werk van een rabbijn. Meeleven bij blije, maar ook bij verdrietige gebeurtenissen in het leven van gemeenteleden.


Wij hebben Elsje gevraagd om te komen babysitten. Ze heeft leuk contact met onze kleintjes.


‘Tot straks dan en veel plezier met de kids,’ wensen wij haar bij het weggaan.


Op tafel ligt nog de tekst van een artikel dat ik kort geleden heb geschreven. Of het wel of niet waarschijnlijk is dat het leven op aarde via evolutie tot stand is gekomen.


‘Lees het maar door, Elsje. En geef mij dan straks je mening.’


Nadat het haar gelukt is al onze kids in bed en in slaap te krijgen - een prestatie voor wie de vader van mijn kinderen kent! – leest onze babysit het artikel:

ZWARTKOPZANGERS EN SPINNEN


Bij het zoeken naar het een vond ik het ander. Een notitie over de zwartkopzanger. Een piepkleine vogel van 20 gram die een bijna 3000 kilometer lange route over water aflegt. In één ruk! In twee tot drie dagen tijd! Vanuit oostelijk Canada naar Zuid-Amerika.


Resultaat van een evolutionair proces?


Hoeveel % is dat waarschijnlijk; hoeveel % is dat onwaarschijnlijk?


Dan het tweede deel van het artikel:


Lekker vroeg op. Lopen in de zachte zonneschijn. De dauw op het gras. De glinstering van spinnenwebben in het struikgewas.


Geboeid blijf ik staan. Bruggenbouwkundig – en ik mag het als waterbouwkundig ingenieur weten – is zo een web een meesterwerk.


‘Bedankt voor het compliment,’ roept een davidsster-kruisspin mij vanuit haar web toe. Ze is blij met mijn belangstelling. Zelfs zo dat zij zich bereid verklaart mij te demonstreren hoe zo’n web tot stand komt.


‘Allereerst vertel ik u over het spinapparaat aan de achterkant van mijn lichaam. Ik heb tweemaal zeven klieren die voor verschillende soorten draad zorgen. Zoals de draadklier die de binddraad maakt en de lijmklieren die voor de kleverigheid zorgen. Er is een klier die de aparte kleefstof maakt om de droge draden van het web vast te zetten. En er is een klier die de draden produceert waarmee de prooi wordt ingesponnen. Voor al die draden heb ik twee maal drie aparte lichaamsopeningen.’


‘De draden die door de verschillende klieren worden afgescheiden, verschillen chemisch van samenstelling,’ begrijp ik. ‘Gaat dat allemaal vanzelf? Of moet jij dat bepalen?’


‘Alles gaat vanzelf. Vanuit mijn spinnenhersens wordt alles autonoom geregeld.’


‘Net als een chip waarop het hele programma is geprint?’


‘Inderdaad. In mijn DNA is het allemaal genetisch bepaald.’


‘Geinetisch, geinig,’

grap ik lachend. Maar mijn gesprekspartner wordt plotseling nijdig, spinnijdig.


Spinnen kunnen namelijk niet lachen en dat zit haar dwars.


Dan laat de spin mij zien hoe zij een web weeft. Zij produceert eerst een draad die door een zuchtje wind wordt gedragen. Totdat die draad aan een takje blijft vastkleven.


‘Wat doe je nou?!’ roep ik uit wanneer ik zie dat mevrouw Spin, lopend op de draad, deze begint – noem het - op te eten. Maar dan zie ik ook dat zij tegelijkertijd ‘van achteren’ een nieuwe draad produceert. En zij doet dat in een tempo dat hoger ligt dan het tempo waarin zij de oorspronkelijke draad opeet. Daardoor wordt de draad langer en gaat doorzakken. En als de spin in het midden van die doorzakkende draad is gekomen, laat zij zich via een nieuw gesponnen draad naar beneden zakken, doet enkele spinnenstappen naar voren en kleeft de draad beneden vast.


De eerste drie spaken van het toekomstige web zijn klaar.

‘Waarom maakte je de draad niet direct vast op de plek waar je op de grond neerkwam?’ vraag ik verwonderd. ‘Waarom deed je eerst enkele stapjes naar voren?’


Omdat anders het web verticaal komt te hangen. En dan moet ik straks steeds over het web omhoog en omlaag klimmen. Door die stapjes naar voren komt het web schuin te hangen en kan ik er straks makkelijker overheen lopen.’


‘Dat heb jij knap bedacht!’


‘Dat heb ik helemaal niet bedacht. Spinnen denken niet. Zoals ik u al zei is het een autonome actie van mijn hersenen. Zo ligt dat nu eenmaal genetisch in ons spinnen-DNA vast. Heel gewoon.’


Ik vind het helemaal niet zo gewoon.

En als ik dan zie hoe mijn spin stap voor stap haar web verder uitbouwend van spaken en raamwerk voorziet;

wanneer ik zie hoe zij uit haar verschillende klieren juist díé soort produceert die op de bestemde plek functioneel is;

wanneer ik begrijp dat het hele spinnenwebsysteem genetisch gecodeerd is,

dan kan ik niet anders concluderen dan dat de genetische code, tegelijk mét het spinnenlichaam – de klieren, de kliersappen, de zes spindraadtepels, de acht ogen, de acht van alle gemakken voorziene poten, het uiterst gevoelige tastzintuig – mét het verbluffende spijsverteringssysteem, mét het jacht- en vanggedrag - in één keer is ontworpen. Een fascinerend, adembenemend voorbeeld van – wat ik zou willen noemen - een ‘samengesteld’ G.dsWonder. Of is het gewoon evolutie?


“Spintelligent,’ grap ik opnieuw. Dat is het zeker. Maar mevrouwtje Spin luistert niet. Een vlindertje is in haar web gevlogen. Zij lokaliseert de prooi, spint deze met vlugge pootbewegingen in, spuit verteringssappen in het vlinderlijfje dat zij eerst met gif heeft verlamd. Straks zal zij de opgeloste voedingsstoffen uit het lijfje opzuigen. Heerlijk, heerlijk!


Einde artikel. Als mijn vrouw en ik van het pastoraal bezoek thuiskomen en Elsje mijn vrouw geruststelt dat de kinderen allemaal rustig zijn gaan slapen, kijk ik Elsje aan: ‘En?’


Maar mijn vrouw interrumpeert: ‘Dat meisje moet naar huis! 5VWO! Morgenochtend weer vroeg op!’


Ik laat Elsje uit. ‘Als je onderweg een spin tegenkomt, geef dan van mij de groeten.’


Elsje lacht. ‘Doe ik!’


Dus niet meer bang voor spinnen? Dat betwijfel ik. Maar wie weet? Wonderen zijn de wereld toch niet uit?


Inderdaad niet. De volgende ochtend zie ik een e-mail, die Elsje nog gisteravond mij heeft gestuurd:


‘Beste rabbijn Vorst,

ik ben nog steeds bang voor spinnen. Dat wel. Maar u hebt mij wel met uw artikel ervan overtuigd dat spinnen WonderBeestjes zijn. Niet zomaar door evolutionaire toevalligheden tot stand gekomen.


Maar nog meer ben ik ervan overtuigd geraakt dat er een Hogere Macht bestaat, een Schepper, dank zij uw kinderen. Wat een heerlijk stel. Kinderen, die van u, maar ook kinderen in het algemeen, zijn stuk voor stuk G.dsWonderen!


Ik ben u dankbaar dat u mij dat hebt doen inzien.


Groeten aan uw lieve vrouw en welterusten.


Elsje’

bottom of page