top of page

BROOS EN VERGANKELIJK

BROOS EN VERGANKELIJK


Ook opperrabbijn S.A. Rudelsheim, opperrabbijn van Friesland, schrijft over de vergankelijkheid van het aardse leven waar de soeka symbool voor staat:


Het wonen in de soeka is zinnebeeld van ons broos, vergankelijk en kort leven op aarde.


Als wij onze vaste woning verlaten en in ons tijdelijk verblijf (aldus omschrijven onze geleerden de soeka) trekken, dan wordt bij ons als vanzelf de gedachte gewekt en het besef levendig, dat ons geheel aards leven feitelijk toch niet anders is dan een kortstondig verblijf in een tijdelijke woning waaruit wij elk ogenblik kunnen worden weggeroepen. Met achterlaten van alles wat wij als ons kostelijk eigendom hebben beschouwd.

Het soeka-gebod herinnert ons er aan, ons leven te wijden aan de dienst van G.d, opdat onze ziel, wanneer voor haar de tijd gekomen is om haar broos en tijdelijk tehuis, het lichaam, te verlaten, rein kan opstijgen tot de troon van de Schepper.



Ook de 40-jarige tocht door de woestijn staat symbool voor het leven op aarde.

Waarbij de Uittocht uit Egypte model staat voor de geboorte en met het binnengaan van het Beloofde Land de overgang naar de paradijselijke toestand van leven ná dit leven wordt bedoeld. Zo schrijft, opnieuw, Opperrabijn Rudelsheim:



Op het Loofhuttenfeest herdenken wij de G.ddelijke bescherming waarvan onze voorouders in de eerste jaren van ons volksbestaan zulke wonderbaarlijke bewijzen hebben ondervonden.


Veertig jaren brengt Israel, nadat het uit Egypte is bevrijd en de Tora aan de Sinai heeft ontvangen, in de woestijn door. Daar, in de grote en vreselijke wildernis met de verzengende zon boven het hoofd en het hete zand onder de voeten, in dat dorre land van de dood, waar geen veld groent en geen boom schaduw werpt, leeft het volk Israel met zijn honderdduizendtallen van gezinnen, door G.d op wonderbaarlijke wijze beschermd. G.d voedt hen met manna van uit de hemel en doet water ontspringen aan de keiharde rots. Hun kleed verslijt niet aan hun lichaam en hun voet zwelt niet op van het lopen. Overdag beschut de wolkzuil hen en wijst hen de weg.

’s Nachts verlicht de vuurzuil het leger. Zoals Mozes het kort voor zijn dood zegt: ‘G.d behoedde Israel als Zijn oogappel.’

Opdat wij ons deze G.ddelijke bescherming in blijde dankbaarheid zullen memoreren, gebiedt de Tora ons, dat wij jaarlijks onze vaste woningen zullen verlaten, in loofhutten verblijf houden en daar een feestweek doorbrengen.


Soekot is niet alleen een feest van herinnering, maar ook van toekomstverwachting. Opperrabbijn Rudelsheim:


Wij blijven hopen op G.d’s goedheid. G.d, Die ons steeds, onder welke levensomstandigheden ook, behoedt en bewaart.

‘Gij zult in loofhutten wonen,’ aldus spreekt G.d in de Tora. ‘Opdat uw nakomelingschap zal weten en begrijpen dat Ik de Kinderen Israels heb doen wonen in loofhutten, hen daar heb onderhouden, gevoed, gekleed, beschermd in de onherbergzame woestijn - toen Ik hen uitvoerde uit Egypteland. Ik ben de Eeuwige, uw G.d, Die u steeds beschermt en behoedt.’


Uit: Onze Feestdagen. Uitgegeven door de Centrale Organisatie voor de religieuse en moreele verheffing der Joden in Nederland (rond 5675/1915)

Comments


bottom of page